Zie, het Lam Gods (Joh. 1, 29)

Meer info

Treed toe tot Hem, de levende steen, door de mensen verworpen maar uitverkoren en kostbaar in het oog van God. 

Laat ook uzelf als levende stenen voegen in de bouw van de geestelijke tempel. Draagt als een heilig priesterschap geestelijke offers op, die welgevallig zijn aan God door Jezus Christus. (1 Pe 2, 4-6)

De verrezen Heer Jezus leeft in het hart van zijn Kerk die Hij door de Eucharistie opbouwt tot een geestelijke tempel. Het hele volk van God is een priesterlijk volk, daarom ook vormt het gebed de onderstroom van de opbouw van het Rijk Gods. In het gebed verheffen wij ons hart tot God die ons meer en meer vormt naar het beeld van Jezus zelf. Daarom is het, naast onze dagelijkse inspanningen, noodzakelijk.

Door ons Doopsel is ons leven ingebed in dat van de verrezen Heer Jezus zelf. Wij bidden daarom nooit alleen! Als wij bidden met de Kerk, bidden wij het gebed van Jezus zelf.

In de Eucharistie komt alles samen: onze geestelijke offers, onze inspanningen tot liefde worden met Jezus verenigd. Hij neemt alles aan en biedt ze met zichzelf aan God aan. Lichamelijk, in de gedaante van het brood en de wijn. Wij ontvangen de verrezen Heer Jezus dan ook terug in de heilige communie, zijn lichaam en bloed. Hierdoor versterkt Hij onze persoonlijke banden met Hem en verenigt Hij ons als mensenfamilie.

Het zijn de gewijde priesters die in de Eucharistie het lichamelijk offer opdragen dat alle geestelijke offers verbindt. Het apostolaatswerk “Bidden voor priesters” wil bijgevolg alle gedoopten aanmoedigen om als priesters te leven, dit wil zeggen: een leven te leiden dat geworteld is in het gebed en dat verbonden is met de eucharistische Christus. Wij geloven dat dit het volk van God versterkt in haar roeping om het Rijk Gods op te bouwen, met Geestkracht gesterkt door het Vormsel. Wij willen daarnaast ook bidden voor alle gewijde en toekomstige priesters en voor de diakens die zich geheel toewijden aan het dienstwerk.

TIP: Beluister hierover een conferentie van E.H. Luc Van Hilst.

Beluister